
Martijn is verslaafd aan ultralopen, soms wel 120 kilometer achtereen
SportJe moet nogal gek zijn om als atleet enorme afstanden af te leggen. Martijn Klaasse geeft dat volmondig toe. Hij liep ooit 120 kilometer achtereen.
GOUDA • Of het gezond is om bovenmenselijke prestaties te leveren, laat Martijn Klaasse (37) in het midden. ,,Tot op heden zie ik het als een gezonde verslaving. Ik ben topfit en heb geen grammetje te veel aan mijn lijf. Hardlopen is verslavend. Als ik niet genoeg kan trainen, word ik onrustig.
Daarom houd ik een strak loopschema aan. Nu ons derde kind op komst is, neem ik even gas terug. Dat zal wel even afkicken worden, maar wellicht kan ik toch in september deelnemen aan het Nederlands kampioenschap op de 100 kilometer in Winschoten. Ik zie wel.”
Klaasse is als hardloper een laatbloeier. De Gouwenaar groeide op in Waddinxveen en koos als pupil voor voetbalclub Be Fair. ,,Ik had wel voldoende conditie, maar was geen draver. Tot en met de senioren heb ik met plezier in vriendenteams gespeeld. Op een gegeven moment werd ik het zat om op koude, donkere winterdagen met Be Fair 3 op zaterdagmiddag om kwart of vier bij kunstlicht in Kamerik of Bodegraven te voetballen. Ik was ook geen enthousiast type voor de derde helft. Bier lust ik niet. Die nazit ging me tegenstaan. Een kennis attendeerde me op een Obstacle Run in Scheveningen. Een hindernisparcours op het strand. Ik vond het prachtig.
Steeds leuker
Het lopen en klauteren werd opeens een nieuwe hobby. Ik deed toen aan crossfit op een sportschool, maar het sporten in de buitenlucht was veel aantrekkelijker. De beoefening is ook laagdrempeliger. Je kan op elk moment de schoenen aantrekken en kilometers maken in de directe omgeving. In het begin waren het rondjes van 15 of 20 kilometer, maar die grens werd steeds verder verlegd. Het stofje endorfine in je hersenpan geeft lopers een gelukzalig gevoel. Ik begon het dus steeds leuker te vinden en merkte dat ik zonder blessures of verzuring forse afstanden kon afleggen. Vanaf 2017 heb ik aan diverse nationale en internationale wedstrijden meegedaan met wisselend succes.”
Spoorzoeken
Zo legde Martijn Klaasse driemaal de 120 kilometer van Drenthe af en stond hij aan de start voor het NK ultralopen, waar 100 kilometer moest worden afgelegd. ,,Je moet dan goed op de paaltjes letten. Anders raak je de weg kwijt. Het is een vorm van spoorzoeken op snelheid. Het vergt veel van je lichaam. Ik ben wel eens over m’n nek gegaan. Doseren is noodzakelijk.’’
,,Tijdens het wereldkampioenschap in Berlijn had ik mijn dag niet. Ik blies mezelf op toen ik een te hoog tempo aanhield. Na 50 kilometer wist ik al dat de rest een kwelling zou worden. Ik ben gefinisht op m’n tandvlees op de 47ste plaats.” Zijn meest recente prestatie mocht er zijn. In de Marathon van Rotterdam zette de Gouwenaar een tijd van 2.29 op de klokken.
Bezuren
Daarmee eindigde hij net buiten de eerste honderd deelnemers, maar greep de vijfde plaats van de Nederlandse deelnemers in zijn categorie 35-plus. ,,Dat moest ik wel even bezuren. Als ultraloper houd je immers nooit een gemiddelde van 17 kilometer per uur aan. Na 41 kilometer was ik kotsmisselijk. Op de Coolsingel kwam alles er uit. Ik hoefde toen nog slechts een kilometer af te leggen. Bij de streep stonden familieleden te wachten. Die mocht ik uiteraard niet teleurstellen.”
Het trainen voor een trial of loop van 100 kilometer is geen sinecure. Je kan moeilijk een aantal dagen achtereen vrij nemen om duurvermogen op te bouwen. Martijn Klaasse, werkzaam als cloudspecialist bij Ortec in Zoetermeer, houdt het voornamelijk op rondjes rond de Reeuwijkse Plassen. Veelal doet hij dat samen met Pascal van Norden, eveneens verzot op lange afstanden.
,,We lopen vaak van zes uur ‘s ochtends tot half acht een stuk van 15 kilometer. In de lunchpauze komt er nog eens 10 kilometer bij. Zo blijf ik in vorm.” De ultraloper verslijt zeven paar sportschoenen per seizoen. Dat zal wel moeten als hij het record op de 100 kilometer van Gouwenaar Gerrit van Rotterdam wil verbeteren. ,,Dat staat op 6 uur en 53 minuten. Het zou mooi zijn als ik daar onder kan duiken.”
Pieter van der Laan






















