
Buurtvoorlichters waarschuwen voor inbraken én leren Nederlands: ‘Dit werk helpt’
NieuwsGouda - Aanbellen, uitleggen waarom je voor de deur staat en inwoners tips geven om hun woning beter te beschermen. Buurtvoorlichters trekken deze weken door Gouda-Noord om aandacht te vragen voor woninginbraken en babbeltrucs. Voor de vrijwilligers zelf heeft het werk nog een tweede doel: al doende leren ze steeds beter Nederlands.
“Wij zijn de buurtvoorlichters, en komen tips geven”, zegt Mosab (35) in het Nederlands tegen een vrouw die de deur opent. Wijkagent Tim van Leeuwen staat naast hem. “We komen flyers brengen”, vult hij aan. Er volgt een kort gesprek over goede sloten, verlichting rond het huis en wat je kunt doen als je langere tijd weg bent. De vrouw luistert, neemt de flyer aan en bedankt het tweetal. Op naar de volgende deur.
De buurtvoorlichters zijn deze woensdagochtend samen met politie en handhaving op pad in Gouda-Noord. De groep is verdeeld over onder meer de Vossenburchkade en de De Visserstraat. De anderstalige vrijwilligers gaan twee keer per week de straat op, legt projectcoördinator Natalie Gallicola van Kwadraad uit. “Het zijn allemaal mensen die Nederlands willen leren.”
Het liefst loopt een vrijwilliger die de taal nog niet goed beheerst samen met een Nederlandstalig maatje. “Ze leren op die manier Nederlands, maar leren ook de stad kennen en van alles over de gemeentevoorzieningen.” De buurtvoorlichters gaan voor verschillende opdrachtgevers op pad, bijvoorbeeld voor de gemeente, een buurthuis of de bibliotheek. De ene keer gaat het over veiligheid, een andere keer bijvoorbeeld over de energietransitie.
Deze ochtend informeren de buurtvoorlichters bewoners over het voorkomen van woninginbraken. Volgens Gallicola vond de afgelopen maanden zo’n 90 procent van de woninginbraken in Gouda plaats in Gouda-Noord. Vooral Bloemendaal en Plaswijck springen er volgens haar uit. “Twee weken voor de vakantie lopen we altijd voor woninginbraken. In de winter wordt het vroeger donker en dan neemt het ook toe. En wat we de laatste tijd ook heel veel hebben gedaan, zijn babbeltrucs.”
“Goed dat jullie dit doen”, zegt Stephan de Jong op de Vossenburchkade, die ramen aan het zetten is voor de bewoners. Hij vertelt dat enkele weken geleden verderop in de straat werd ingebroken. Zijn collega’s waren die dag bij de buren aan het werk en liepen voortdurend in en uit, maar merkten niets. “Ze hebben diezelfde dag dat ze aan het werk waren bij de buren het hele huis leeggehaald. Kasten werden leeggetrokken en het huis doorzocht. Die jongens hebben niks gehoord.”
Bij de volgende huizen vertellen de buurtvoorlichters opnieuw over goede sloten en verlichting. Wie op vakantie gaat, kan bijvoorbeeld de buren vragen af en toe een auto op de oprit te zetten en ervoor zorgen dat verlichting op verschillende momenten aan- en uitgaat. Ook luidt het advies om niet op sociale media te zetten dat je weg bent. En ziet iemand iets verdachts, dan is het belangrijk daar melding van te maken.
Niet iedere buurtvoorlichter voert meteen zelf zo’n gesprek. Ikram en Ahmed schrijven deze ochtend vooral mee. Ze noteren de straat en het adres en houden bij of iemand wel of niet thuis was. Ondertussen luisteren ze naar de gesprekken aan de deur. Een taaleis om mee te mogen doen is er niet, vertelt Gallicola. Juist door het te doen ziet ze vrijwilligers snel vooruitgaan. “Ze komen over hun angst heen om fouten te maken. Ze praten en luisteren hier de hele tijd Nederlands. Vaak zie je binnen een paar maanden echt verschil.”
Nadezhda Shcherbakova (45) uit Rusland merkt dat haar Nederlands met sprongen vooruitgaat. “Ik ben twee jaar in Nederland”, vertelt ze. Een jaar geleden sprak ze naar eigen zeggen nog vrijwel alleen Engels. Inmiddels voert ze de gesprekken aan de deur zoveel mogelijk in het Nederlands.
Dat lukt niet altijd meteen. Wanneer Nadezhda bij een bewoner naar woorden zoekt, schakelt ze tijdens het gesprek even over op Engels. “Soms is Engels toch sneller”, zegt ze als ze terugkomt. “Als je er even niet uitkomt, dan praat je Engels”, reageert wijkboa Ron van der Bas als ze weer bij hem staat. “Dat is prima, toch?”
Nadezhda merkt zelf hoeveel ze in een jaar tijd heeft geleerd. Iedere donderdag krijgen de vrijwilligers training, waarbij ze onder meer gesprekken aan de deur oefenen. Maar buiten gaat het toch anders. “Bij oefenen is het altijd een rollenspel: jij bent buurtvoorlichter en ik ben bewoner.” In het echt weet ze vooraf niet wie de deur opent en hoe het gesprek verloopt. “Soms is het kort, soms is het lang.” Zeker in het begin begreep ze lang niet alles. “Dan luister ik leer ik daarvan.”
Mosab uit Syrië loopt sinds januari twee dagen per week mee. Waar Ikram en Ahmed deze ochtend vooral schrijven en luisteren, doet hij inmiddels alles zelf: aanbellen, het gesprek voeren en de gegevens noteren. Ook dat is niet vanzelf gegaan. Toen hij begon, kon hij naar eigen zeggen alleen in het Arabisch schrijven. Inmiddels gaat ook het Nederlands steeds beter. “Dit werk helpt. Je leert spreken én schrijven”, vertelt hij.
“Hij doet het hartstikke goed”, zegt Van Leeuwen, terwijl Mosab alweer bij een volgende woning aanbelt. De wijkagent loopt vaker met de buurtvoorlichters mee en ziet dat bewoners vaak positief reageren. “Je ziet dat mensen het waarderen dat ze de moeite doen om Nederlands te praten. Het zijn best lastige onderwerpen, maar toch kunnen ze zich goed verwoorden. Dat levert altijd leuke reacties op.”
Soms is het nodig om een deel van het gesprek over te nemen, bijvoorbeeld als iemand onzeker is. Maar dat is deze ochtend nauwelijks nodig. “Vandaag ging het supergoed.”
De buurtvoorlichters zijn vanaf 2 oktober op woensdag- en vrijdagochtend te vinden in Bloemendaal, Plaswijck en Noord. Ze geven inwoners praktische tips om woninginbraak en oplichting door babbeltrucs te voorkomen. De vrijwilligers zijn herkenbaar aan hun jas met logo.
























