
Slangeneiland moet ringslang in Noorderhout een handje helpen: ‘Ook goed voor andere beestjes’
Nieuws 1.296 keer gelezenGouda – Om de ringslang in het Noorderhout een handje te helpen, is het natuurgebied op de geluidswal een slangeneiland rijker. Een terrein dat niet alleen belangrijk is voor deze beschermde slangensoort, maar ook allerlei andere dieren aantrekt. Stadsecoloog Veerle Herzberg werkt sinds januari aan de ecologische inrichting van het gebied.
De ringslang komt al langer voor in het Noorderhout en de aangrenzende Groene Wal. “Omwonenden zien ze regelmatig in hun tuin zonnen,” vertelt Herzberg. Toch heeft de soort het niet altijd even makkelijk. De ringslang, die zo’n anderhalve meter lang kan worden, leeft van amfibieën in het water en moet regelmatig opwarmen in de zon. “Maar op plekken waar steeds meer en hogere bomen groeien en de waterkwaliteit verslechtert, wordt dat lastiger.”
Broeien
Op een afgesloten veldje, verscholen achter een hek, is daarom het Slangeneiland ingericht. Achterin ligt een stapel van stro, wilgentakken en paardenmest: een broeihoop van zo’n twee meter lang, een meter breed en een meter hoog. “Nadat hij is opgebouwd, maken we hem vijf dagen nat, zodat het lekker gaat broeien,” legt Herzberg uit. “Uiteindelijk koelt het af, maar blijft het warm genoeg om aantrekkelijk te zijn voor de ringslang. Ze zoeken beschutte, warme plekken om eieren te leggen.” In het Noorderhout liggen meerdere broeihopen. “Die zijn succesvol, daarom hebben we deze ook aangelegd. Deze ligt bij het water, zodat ze er makkelijk bij kunnen.”
Of de hoop nu al gebruikt wordt, is niet met zekerheid te zeggen. “Ze herkennen zo’n plek pas na een tijdje. Soms duurt het twee jaar voordat ze er echt eieren gaan leggen. Maar het zou kunnen dat ze er nu al inzitten, ’s nachts bijvoorbeeld, of om te slapen. Dat kunnen we niet goed zien.” In oktober, wanneer de ringslangen zijn vertrokken, wordt de hoop opengehaald. “Dan tellen we de eierschalen. Zo kunnen we zien hoeveel er zijn uitgekomen. Over het algemeen komt bijna alles uit. Dus volgens mij gaat het best wel prima met de soort.”
In het midden van het terrein ligt nog een tweede hoop. Ogenschijnlijk een rommelige berg takken, stenen en puin. Maar ook dit is een doordacht bouwwerk, dat bestaat uit lagen zand, stenen, takken, stronken en oude dakpannen. Voor de ringslang is het in de winter een plek om te overwinteren en in de zomer om te zonnen. “De stenen en keien warmen snel op, waardoor de slang kan opwarmen voor hij gaat jagen in het water. Egeltjes zoeken juist aan de onderkant een plekje. Ook marterachtigen zoals de hermelijn en grondbijen vinden het hier fijn,” zegt Herzberg.
Ook andere dieren profiteren
Het stukje groen is daarmee niet alleen goed nieuws voor de ringslang. “We zeggen dat we het voor de ringslang doen, maar eigenlijk bevorderen we de biodiversiteit van het hele gebied.” Ook vogels als de kleine karekiet profiteren, omdat er bij het maaibeheer eens in de zes weken wordt gemaaid en er riet blijft staan.
De ringslang is een beschermde soort. “Ze worden in Nederland redelijk bedreigd, maar in Europa gaat het best goed. We willen ervoor zorgen dat de ringslang hier blijft. Je zou kunnen zeggen dat de slang een indicatie geeft voor hoe het met het ecosysteem gaat. Als het niet goed gaat met de onderlagen, dan zie je dat in de ringslangpopulatie. En als je habitat creëert voor de ringslang, dan doe je dat eigenlijk ook voor heel veel andere soorten.” Hoeveel ringslangen er in het Noorderhout zitten, durft Herzberg niet te zeggen. “Het ene jaar gaat het heel erg goed, dan tellen we er 200, het andere jaar 25.”
Naast het Slangeneiland werkt de gemeente aan andere natuurmaatregelen in het Noorderhout en de Groene Wal. Denk aan natuurvriendelijke oevers, een betere padenstructuur, en het vervangen van exotische soorten als laurier door inheemse struiken. “Als we bomen te lang laten staan, vallen ze uiteindelijk tegelijk om. Dan krijg je ineens een heel open stuk. Daarom kappen we af en toe een boom, zodat er licht op de bodem komt, en we de verjonging kunnen sturen. We planten soorten waar bijen op afkomen of vogels in nestelen.”
Ringslangen zijn ongevaarlijk voor mensen, maar laten zich zelden zien. Herzberg: “Ze zijn echt wel heel veel banger voor jou dan andersom. Soms spreek ik mensen als ik ze net heb geteld, en dan zeggen ze: ‘Ik woon hier al twintig jaar, maar ik heb er nog nooit een gezien.’” Wie ze wél wil zien, moet goed kijken. “Dan kun je het beste in het water kijken, daar zie je ze het snelst.”






















