
Gouda start onderzoek naar vleermuispopulatie: ‘Kwetsbaar geworden, juist omdat ze zo dicht bij mensen wonen’
Nieuws Fotoseries 10.618 keer gelezenGouda - Geruisloos vliegen ze door de Goudse straten en parken, maar vleermuizen spelen een belangrijke rol het Goudse ecosysteem. Wie ‘s avonds door Gouda rijdt, heeft ze misschien al weleens gezien: fietsers met oranje hesjes die op zoek zijn naar deze beschermde dieren. Gouda onderzoekt waar de beestjes verblijven, zodat huiseigenaren en woningcorporaties woningen kunnen verduurzamen zonder dat daar per geval apart onderzoek of een vergunning voor nodig is. Ecoloog Olaf Streng laat zien hoe dat in de praktijk werkt.
Het is half tien en de schemering valt. Op een van de eerste ‘vleermuisavonden’ fietst wethouder Judith Sargentini een ronde mee, samen met onder andere projectleider Robert van der Meer. Startpunt is de Nieuwe Markt, gewapend met batdetectors en warmtecamera’s, zich opmaakt voor de tocht.
De gemeente Gouda laat in kaart brengen waar beschermde soorten als vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen voorkomen in en rond gebouwen. Het onderzoek loopt van april tot en met september 2026. Sweco voert het uit. De stad is opgedeeld in 43 gebieden, die elk elf keer worden bezocht: overdag voor mussen, rond zonsopkomst en zonsondergang voor vleermuizen en zwaluwen.
![]()
Judith Sargentini (l), Olaf Streng (m), en Robert van der Meer. Foto: Rob Radix
Eigenlijk is het rond dit tijdstop nog wat vroeg voor vleermuizen, legt Streng uit. “Ik verwacht ze nu niet direct, maar we letten goed op,” zegt Streng. Toch moeten de onderzoekers op dit tijdstip beginnen. “Vleermuizen kunnen vanaf zonsondergang actief zijn. Als we op tijd beginnen, is de kans groter dat we ook de slaapplek vinden, want dat is waarvandaan ze hun tocht beginnen.” Vanavond gaan acht onderzoekers op pad, met elk met een eigen route.
Kwetsbaar geworden
Streng wijst naar een gevel: “Je vindt ze bijvoorbeeld bij open stootvoegen. Van nature leven vleermuizen in grotten, maar tegenwoordig zoeken ze beschutting in spouwmuren van huizen. Daardoor zijn ze kwetsbaar geworden, en streng beschermd. Juist omdat ze zo dicht bij mensen leven.”
![]()
Foto: Rob Radix
Bij de Willem Vroesentuin slaat de batdetector aan, er zijn snelle, tikkende geluiden te horen. Het blijkt een dwergvleermuis. De vleermuis heeft een belangrijke functie in de stad, legt Streng uit. “Deze soort is zo klein als een muis, maar eet ’s nachts zo’n drieduizend tot vijfduizend muggen. Zonder vleermuizen zou de stad vergeven zijn van muggen,” zegt Streng.
Hoorbaar
Even later klinkt het geluid opnieuw in het Houtmansplantsoen. “Ze jagen vaak bij lantaarnpalen, waar muggen op afkomen.” Op zijn fiets gebruikt Streng twee apparaten: een detector die ultrasone vleermuisgeluiden opslaat voor analyse, en een eenvoudiger versie die het geluid voor mensen hoorbaar maakt. “Vleermuizen maken geluiden van zo’n 40.000 hertz, dat pik je niet op met je oren. Deze apparatuur vertaalt dat naar hoorbare tonen. Zo kunnen we direct herkennen wat er rondvliegt.”
![]()
Foto: Rob Radix
De verzamelde gegevens helpen bij het opstellen van het zogenoemde soortenmanagementplan. In dat plan staat welke beschermde dieren in de gemeente leven, waar ze verblijven en hoe groot hun populaties zijn. Ook wordt beschreven hoe gebouwen op een natuurvriendelijke manier geïsoleerd kunnen worden, zonder de dieren te schaden.
Duur en tijdrovend
“Dat maakt isoleren straks mogelijk zonder apart onderzoek of vergunning,” legt Sargentini uit. “Inwoners hoeven dan zelf geen duur en tijdrovend ecologisch onderzoek meer te doen voordat ze hun spouwmuren of dak gaan isoleren”, legt Sargentini uit. “Ze kunnen een aanvraag doen bij de gemeente, die dan goed weet welke soorten onder welke dakpannen of in welke kieren nestelen. Daarmee maken we verduurzaming van woningen makkelijker en goedkoper.”
Een quickscan zelf kost ongeveer duizend euro, legt Robert van der Meer, projectleider gemeente Gouda, uit. “Daar kunnen de kosten van een vervolgonderzoek bovenop komen, als er vleermuizen aanwezig zijn of de aanwezigheid niet met zekerheid kan worden uitgesloten. Als er daadwerkelijk vleermuizen worden waargenomen, kan een onderzoek zomaar ruim een jaar duren.”
Volgens Streng levert het veldwerk een compleet beeld op van de vleermuispopulatie in Gouda. “Dan kunnen we gericht ingrijpen. Onder voorwaarden kunnen gebouwen vleermuisvriendelijk worden aangepast.”
Een van die aanpassingen is het plaatsen van zogeheten exclusion flaps: klepjes van hout of plastic op plekken waar vleermuizen naar binnen vliegen. “Ze kunnen er dan nog wel uit, maar niet meer terug,” legt Streng uit. “Zo voorkom je dat ze worden opgesloten tijdens werkzaamheden.”
Acht of negen soorten
In Nederland leven zestien vleermuissoorten. “In Gouda verwachten we er acht of negen,” zegt Streng. “De gewone dwergvleermuis is veruit de meest voorkomende, zo’n negentig procent.”
Naast verblijfplaatsen zoekt het team ook naar kraamverblijfplaatsen: plekken waar groepen vrouwtjes samen hun jongen grootbrengen. “Ze baren hun jongen in één verblijfplaats en keren elk uur terug om te zogen. Zo’n plek moet dus dicht bij voedsel liggen, vaak bij park of water.”
Laatvlieger spotten
Vanavond is het doel vooral het spotten van de laatvlieger, legt Streng uit. “Dat is eigenlijk de soort die we vanavond willen tegenkomen. Zij krijgen eerder jongen dan andere soorten. En dat is precies waarom we dit onderzoek op verschillende momenten in het seizoen doen, elke soort heeft zijn eigen gedrag en functie, afhankelijk van de tijd van het jaar. Bijvoorbeeld omdat ze jongen zogen. Zo verzamelen we in de loop der tijd gegevens over meerdere soorten.”
Rekening mee houden
Ook vliegroutes worden in kaart gebracht. “Vleermuizen gebruiken bomenrijen en watergangen als oriëntatie, vooral als die onverlicht zijn. Als zo’n route verdwijnt, verdwijnt vaak ook de kolonie, zelfs als hun verblijfplaats blijft bestaan. Daar moet dus rekening mee worden gehouden.”
Het onderzoek speelt een belangrijke rol in Goudse duurzaamheidsplannen, zegt Sargentini. “We willen in 2040 CO2-neutraal zijn. Daarvoor moeten we snel isoleren. Dit onderzoek is een randvoorwaarde om dat grootschalig te doen.”
Foto’s: Rob Radix
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()




































