
Turfmarktkerk ten onrechte gesloopt
AlgemeenDoor Marianka Peters
Gouda - Van direct instortingsgevaar van de Turfmarktkerk is nooit sprake geweest en het versneld slopen was dan ook niet noodzakelijk. Dat zijn de conclusies van rechtsinstantie StAB die de rechter nu in zijn uitspraak overneemt.
De gemeente Gouda heeft ten onrechte spoedeisende bestuursdwang toegepast en de sloop zelf ter hand genomen. “Zorgen of twijfels over de constructieve staat van een gebouw of het niet kunnen uitsluiten van instortingsgevaar kunnen echter niet zonder meer op één lijn worden gesteld met de conclusie dat sprake is van direct instortingsgevaar.” zo oordeelde de rechter.
De gemeente heeft niet aantoonbaar kunnen maken dat de kerk eind 2018 op instorten stond. De rechtbank volgt met zijn oordeel de uitspraak van de STab, die vorig jaar in opdracht van de rechtbank onderzoek deed naar de zaak. De gemeente draait nu op voor de totale sloopkosten van ruim vijf ton euro. Gisteren deed de rechtbank uitspraak in een langslepende affaire.
Turfmarktkerkeigenaar Khalid Boutachekourt is opgelucht. “Het recht heeft gezegevierd,” zegt hij optimistisch. “De hele zaak heeft een grote wissel getrokken op mij maar zeker op mijn gezin. Maar ik heb mijn geloof in de rechtsstaat weer terug.”
Het gelijk voor Boutachekourt hing al een beetje in de lucht, toen Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) die in opdracht van de rechter onderzocht of de Turfmarktkerk terecht overhaast gesloopt moest worden omdat er instortingsgevaar dreigde. Omdat het volgens de gemeente onveilig was in de buurt van het kerkgebouw, vaardigde toenmalig burgemeester Milo Schoenmaker een noodverordening uit waardoor het gebied tijdelijk verboden terrein werd. Onwonenden moesten op last van de burgemeeester op 24 oktober 2018 direct hun woning verlaten. Vervolgens nam de gemeente de sloop over van Boutachekourt, die hiervan wel de rekening van ruim 541.500 euro kreeg voorgeschoteld. Dit was bovendien het dubbele bedrag van de offerte die Boutachekourt in handen had van hetzelfde sloopbedrijf. “Lange tijd leek het een gevecht tussen David en Goliath, al weet ik nog steeds niet waar het verschil in zit.” aldus Boutachekourt, die er altijd van overtuigd is geweest, dat hij zijn zaken goed op orde had en dat hij handelde naar de richtlijnen van de ODMH.
De rechtbank hecht eraan te benadrukken dat zij begrip heeft voor het feit dat de gemeente dacht onmiddellijk te moeten ingrijpen, toen de rapportages van 17 en 22 oktober 2018 van de ODMH en van Peters & Van Leeuwen ontving, waarin de indruk werd gewekt dat er sprake was van een gevaarlijke situatie die tot onmiddellijk ingrijpen noopte. Naar aanleiding van de uitkomstten van het StAB onderzoek heeft de gemeente Gouda een contra expertise laten uitvoeren door bureau Hageman, die het Stabrapport in twijfel trok. Zo zou het rapport niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen, een argument dat de rechter terzijde schuift. De rechtbank hield duidelijk meer vertrouwen in StAB. Ook wat betreft de kosten. Op 10 december 2019 besloot het Goudse stadsbestuur om de slooprekening in te dienen bij Boutachekourt. StAB is van mening dat de kosten van de sloop van euro 536.456,11 niet in verhouding staan tot hetgeen door StAB is geraamd, zijnde euro 280.054 Omdat Boutachekourt nu in het gelijk is gesteld, mogen deze kosten niet op hem worden verhaald, vindt de rechter. De gemeente heeft nog geen reactie gegeven op de uitspraak.






















