Asmae Amaddaou.
Asmae Amaddaou. Foto: Sandra Zeilstra

‘De hele zomer bracht ik schrijvend door. Ik had zoveel te vertellen.’

Toen de Goudse Asmae Amaddaou twaalf jaar oud was, wist ze één ding zeker: ooit zou er een boek met haar naam op de omslag verschijnen. Dat moment kwam zelfs iets eerder dan verwacht. Op haar 24e ligt haar debuutbundel Brand lieverd brand in de winkel, een bundel over diaspora, de zomer en ook een plekje voor de wijk waar ze oprgroeide: Oosterwei.

Toen de Goudse Asmae Amaddaou twaalf jaar oud was, wist ze één ding zeker: ooit zou er een boek met haar naam op de omslag verschijnen. Nu wordt deze droom werkelijkheid: op haar 24e ligt haar debuutbundel Brand lieverd brand in de winkel, een bundel over diaspora, de zomer en ook een plekje voor de wijk waar ze opgroeide: Oosterwei.

Dat ze ooit zou debuteren met een poëziebundel, had Amaddaou lange tijd niet gedacht. Schrijven doet ze al van jongs af aan, maar in haar dromen lag er een roman in de boekwinkel. Tijdens haar opleiding Writing for Performance aan de HKU in Utrecht was poëzie zelfs haar minst favoriete vak. De klassieke gedichten die ze voorgeschoteld kreeg deden haar weinig. "Het ging veel over de twee grote thema’s liefde en dood, met allerlei regels en vormen. Ik begreep het niet en kon er niets mee. Ik werd heel verdrietig van dat vak, en boos, en ik besloot dat poëzie niets voor mij was."

Dat veranderde tijdens een project in de Utrechtse wijk Overvecht, waar ze gedichten schreef over bewoners en hun omgeving. "Ik realiseerde me opeens dat ik mocht schrijven over de jongens die bij het winkelcentrum hangen, over een snackbar, over mensen die eruitzien zoals ik. Waarom zouden die geen poëzie verdienen?"

Die ontdekking vormt nog altijd de basis van haar werk en is ook terug te zien in Brand lieverd brand. De bundel gaat over de vele vormen van liefde en geweld binnen de diaspora. En over liefde voor familie, cultuur, geloof en gemeenschap. "Ik wil de menselijkheid terugbrengen. We hebben het vaak over vluchtelingen, migranten of Palestijnen als cijfers of problemen. Ik wil juist laten zien dat daar mensen achter zitten."

Oorspronkelijk was Brand lieverd brand de naam van één hoofdstuk. Tot haar redacteur opmerkte dat die woorden eigenlijk de hele bundel samenvatten. "De wereld staat in brand, landen staan in brand, mensen staan in brand. Er zit veel pijn in de bundel. Maar tegelijkertijd zit er ook veel liefde in. Dat woord 'lieverd' maakt het zacht”, vertelt Amaddaou.

Haar favoriete gedicht uit de bundel is - na een tijdje nadenken - Tien adviezen over hoe je in leven kunt blijven wanneer je bruin bent. Het sluit de bundel af en vat volgens haar veel samen van wat ze als dichter wil vertellen. "Hier zit veel van wat ik belangrijk vind in. Het heeft iets politieks, maar er zit ook humor in. Het werkt heel goed op een podium."

‘Dit is echt pas het begin, ik mik op de 100, ik heb nog een lange carrière’

Regelmatig merkt ze dat haar werk het publiek raakt. Als ze optreedt, vloeien er regelmatig tranen. "Mensen aan het lachen maken is geweldig. Maar mensen aan het huilen maken, dat is wel heel goed voor mijn ego", zegt ze lachend. Daarna wordt ze serieuzer. "Dat is natuurlijk niet mijn intentie, maar ik probeer met mijn werk grote verhalen weer menselijk te maken. Mensen hebben een heel leven gehad voordat ze een cijfer werden."
Ook haar eigen wijk krijgt een plek in de bundel. In het gedicht Wat ik wil onthouden voordat ik wegga blikt Amaddaou terug op haar jeugd in Oosterwei. Ze schrijft over de flats, de winkeltjes en de jongeren bij het winkelcentrum. "Dat is echt een ode aan Oosterwei geworden." Vanaf de vierde verdieping keek ze als kind uit over de buurt. "Dat voelde als mijn koninkrijk."

De afgelopen jaren groeide Amaddaou uit tot een steeds vaker gevraagde podiumdichter. Inmiddels stond ze onder meer op Lowlands, in Paradiso, tijdens de Nacht van de Poëzie, bij de Nationale Opera & Ballet en eerder dit jaar ook in Carré.

Met die groeiende bekendheid groeit volgens haar ook een gevoel van verantwoordelijkheid. "Ik sta nu op een punt waarop ik weet dat mensen luisteren", zegt ze. "Dan voel ik ook de verantwoordelijkheid om bepaalde onderwerpen te bespreken. Als ik op een podium sta en ik heb het niet over Palestina, over migratie of over de mensen waar ik vandaan kom, wie doet het dan wel?"

De bundel schrijft ze in de zomer van 2025, in haar slaapkamer in Gouda. "Dat was echt een heerlijke zomer. Ik had zoveel te vertellen en ik heb zoveel gedichten mogen schrijven."
Ze geeft zichzelf voortdurend nieuwe opdrachten en zoekt bewust onderwerpen op die volgens haar nog te weinig terugkomen in de Nederlandse poëzie. Zo besluit ze op een gegeven moment een gedicht te schrijven over Palestijnse mannen. "We hebben het altijd over vrouwen en kinderen, maar bijna nooit over mannen." Ook wil ze ruimte maken voor thema’s en onderwerpen die zij in de Nederlandse poëzie soms mist. "Ik mis de politiek in Nederlandse poëzie, zo lees ik bijvoorbeeld niets over Palestina. Zo kon ik een lijstje afwerken van onderwerpen die ik wilde bespreken."

De eerste versie telt vijftig gedichten, uiteindelijk blijven er 41 over. "Je moet streng zijn. Niet alles is goed genoeg. Voor mijn debuut wilde ik alleen het beste werk laten zien, en dit is echt het beste wat ik als dichter te bieden heb."

Nu haar jeugddroom werkelijkheid is geworden, probeert ze ook bewust stil te staan bij wat er is bereikt. "Ik heb de neiging om meteen door te gaan naar het volgende. Dat had ik ook na mijn optreden in het Carré, terwijl dat echt een hoogtepunt was in mijn carrière. "De trein stopt nooit. Er komt vanzelf weer een volgend project. Maar ik mag nu ook even uitstappen en genieten van wat er gebeurd is. En als het tijd is, stap ik weer in. En dan kijk ik weer waar ik verder ga."
Want ze is nog van alles van plan: ze wil nog essays, scenario's, theaterteksten en meer poëzie schrijven. "Ik mik op de honderd, dit is het begin van een hele lange carrière”, lacht ze.