Joost Visbeen voor het voormalige politiebureau
Joost Visbeen voor het voormalige politiebureau Foto: Sandra Zeilstra

Bankoverval in Gouda door gokschulden

Een jongeman loopt een bank binnen, vertrekt met een flinke buit en verdwijnt uit beeld. Voor de politie begint dan een zoektocht waarbij signalementen, inbraken en bekende namen uit het criminele circuit langzaam met elkaar verbonden raken, schrijft Joost Visbeen.

Op vrijdag 17 januari 1992 werd de ABN AMRO Bank aan het Van Hogendorpplein bezocht door een jongeman die dacht dat hij daar proletarisch geld kon opnemen. Onder bedreiging van een vuurwapen wist hij ongeveer 25.000 gulden te bemachtigen. Hij handelde echter niet alleen. Buiten stond een handlanger in een auto met draaiende motor te wachten om daarna met de buit het hazenpad te kiezen. Aan de hand van het signalement zetten we een grote klopjacht in. Surveillanceauto’s en motoragenten kamden de hele omgeving uit. Zo werden beide zijden van het NS station afgezet en de Bleulandweg en de Ridder van Catsweg volledig afgespeurd als mogelijke vluchtroute.

Aan de hand van het opgegeven signalement hadden we al een redelijk beeld wie de verdachte kon zijn en staan zaken niet altijd op zichzelf. Wat dat betreft is recherchewerk net een legpuzzel, waarbij ogen en oren belangrijk zijn. Criminelen, groot of klein, hebben ook een netwerk en daar zingt ook wel eens wat rond.

Zodoende doorzochten wij begin januari een kelderbox aan de Rutgerstraat en troffen daar allerlei goederen aan, die afkomstig waren van auto- en woninginbraken. In verband daarmee lichtten wij in de Rutgerstraat op maandag 19 januari een 18-jarige bewoner om 04.30u van zijn bed. Daarnaast zochten wij nog een 22- jarige voortvluchtige man, eveneens woonachtig aan de Rutgerstraat.

Gedurende de verhoren die dag ontkende de 18-jarige echter maar iets met de inbraken van doen te hebben en vermoedde dat bepaalde figuren uit zijn netwerk, die eveneens waren verhoord, e.e.a. in de schoenen probeerde te schuiven van zijn 22- jarige mede-flatbewoner. Deze knaap was evenmin een onbekende van de politie vanwege vele inbraken en diefstal van autoradio’s. Hij meldde zich uiteindelijk, nadat we die dag beide woningen hadden doorzocht en spullen in beslag hadden genomen, vrijwillig en werd voor verhoor in voorlopige hechtenis genomen. De 18-jarige jongenman werd wegens gebrek aan bewijs in het kader van de overval vrijgelaten.

De hoofdverdachte, eveneens een jongeman van 18 jaar, woonde nog thuis bij zijn ouders aan de Boelekade. Tijdens de huiszoeking aldaar op dezelfde maandagochtend troffen wij op het balkon een emmer aan met daarin een grote hoeveelheid bankbiljetten. In huis troffen we een koffer aan met 8.000 gulden. Ondanks de verklaring van de vader dat dit bestemd was voor een vakantiereis werd dit bedrag eveneens in beslag genomen. De ouders begrepen totaal niet waar het geld in de emmer vandaan kwam en van een vuurwapen wisten ze al helemaal niets. Ze hadden verder nooit iets gemerkt waar hun zoon zich mee bezig hield. De zoon werd gearresteerd en na aantal dagen van stevige verhoren bekende hij de overval te hebben gepleegd en wel om zijn gokschulden bij ‘vrienden’ te kunnen aflossen, alsmede om een reservepotje aan te houden om in zijn verdere gokbehoefte te voorzien.

De 22-jarige verdachte ontkende maar iets met de overval te maken hebben gehad en aangezien er vanwege dit delict verder geen harde bewijsvoering tegen hem lag, hebben wij hem voor dat feit eveneens moeten heenzenden.
Op de rechtszitting, begin juni 1992, werd de 18-jarige hoofdverdachte veroordeeld tot 20 maanden cel, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, zodat hij uiteindelijk maar 15 maanden hoefde te zitten. Mocht hij binnen 2 jaar opnieuw in de fout gaan, dan zou hij de 5 maanden alsnog moeten inlossen. In wezen een milde straf. De rechter woog mee dat hij wegens eerdere delicten al eens veroordeeld was geweest en hield daar in de strafmaat rekening mee. Kom daar tegenwoordig maar eens mee. Het zou, terecht, juist strafverzwarend werken. Daarnaast werd hij veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de bank van 1.500 gulden. Waarschijnlijk een kleine pleister op de wonde van de bank, aangezien het daadwerkelijke bedrag van de buit nooit bekend is gemaakt en het nooit volledig is teruggevonden.

‘De ouders begrepen totaal niet waar het geld in de emmer vandaan kwam’