
‘Ik heb het aan mijn beide jongens te danken dat ik niet ben opgepakt’
Christina van der Stam - van de Water verborg in de Tweede Wereldoorlog twee Joodse vrouwen in haar woning. Ze werd gearresteerd en zat twee dagen vast in een klein hok. Daar hield ze lichamelijke klachten aan over, ontdekte historicus Peter Beukema. Hij maakte een podcast over de brief die ze na de oorlog schreef. Nieuwe informatie leidde tot een lezing.
‘Ik had contact met de huidige bewoonster van het onderduikhuis, die de podcast deelde in de buurtapp’, vertelt Beukema. ‘Eén van de buren stuurde hem door aan een schoondochter van Van der Stam, die mij daarna belde. Zij kwam ver na de oorlog in de familie maar kende wel wat oorlogsverhalen. Al vertelde ze ook dat er veel over gezwegen werd.’
Christina van de Water (1907) kwam uit Houten en kwam naar Gouda toen ze als 19-jarige trouwde met fabrieksarbeider Adrianus van der Stam, die later decoratieschilder werd. Over hem is weinig bekend: ze noemt hem niet in haar brief. Ze woonden op zeven adressen voordat ze in 1940, samen met zonen Bep (1927) en Adrie (1930), introk bij het kinderloze echtpaar Verweij. De oneven zijde van de Joubertstraat was toen nog onbebouwd. Daar lagen volkstuinen, die tijdens de oorlog goed van pas kwamen.
Meer dan zakelijk
De vier huurden de eerste verdieping en de zolder. Daarnaast zorgde Christina tegen betaling voor de ziekelijke mevrouw Verweij, die reuma had. Volgens Beukema was het contact meer dan alleen zakelijk: ‘De kinderen noemden het echtpaar oom en tante Verweij en in zijn overlijdensadvertentie noemt Christina hem ‘mijn dierbare huisgenoot.’
Vanaf 1942 doet Christina verzetswerk: ze helpt bij het zoeken naar onderduikplekken en het onderbrengen van mensen en bij het regelen van valse persoonsbewijzen en bonkaarten. Natuurlijk met hulp van andere mensen uit het verzet, zoals de in haar brief genoemde Piet van Smalen.
Beukema heeft niet ontdekt hoe ze de Joodse onderduiksters Berta en Roosje kende, die in 1943 op de zolder kwamen wonen. Ook niet hoe het onderduikleven verliep – alle getuigen zijn overleden - en waaróm ze dit deed. ’Wellicht kon ze voor hen geen plek meer vinden. Het was in elk geval met toestemming van Verweij.’ Dat kon ook niet anders: ook al was het huis groot, er was maar één wc, op de benedenverdieping van het echtpaar Verweij.
Ook de onderduiksters kregen door Beukema’s onderzoek een gezicht, in het geval van Berta Austeiczer zelfs letterlijk met een foto. Deze orthodox-joodse juriste van midden veertig uit Rotterdam had tevergeefs geprobeerd om via de juridische weg de Duitsers van haar en haar moeders lijf te houden. Haar moeder overleefde de oorlog niet: zij zat in het Joodse bejaardentehuis op de Oosthaven, dat op 9 april 1943 werd leeggehaald. Roosje de Vries-Koppens, een kinderloze weduwe van midden zestig uit Brabant, zat ook in dit tehuis. Toen zij hoorde dat de bewoners zouden worden weggevoerd, is zij daar nog net op tijd vertrokken.
Gearresteerd
In 1944 wordt Christina gearresteerd omdat ze Joden zou hebben geholpen. Dat weten de Duitsers dankzij Piet van Smalen, een verzetsman uit Rotterdam. Die is zelf bij haar op zolder geweest om de vingerafdrukken van de onderduikers te nemen voor valse papieren. Na de oorlog hoort ze dat hij eigenlijk Carel Kaufman heette. Beukema ontdekte dat de Joodse Kaufman aanvankelijk veel en goed illegaal werk deed. De Duitsers chanteerden hem om mee te werken: ze dreigden hem en zijn familie weg te voeren. Dat gebeurde ook daadwerkelijk nadat Christina was gearresteerd. Het gezin met Carel werd niet lang daarna vermoord.
Na meerdere ondervragingen, vernederingen en bijna vier weken gevangenschap komt Christina vrij. Haar zoons en Verweij hebben tijdens hun verhoor niets gezegd. ‘Ik heb het aan mijn beide jongens en Verweij te danken dat ik niet ben opgepakt’, zal Christina later zeggen. De onderduikers zijn de nacht na haar arrestatie weggebracht, mogelijk naar adres verderop in de wijk. Maar de vrouwen keren na verloop van tijd terug, als het weer “veilig” is, om te blijven tot na de bevrijding.
Nauwelijks werken
De rugklachten van Christina zijn zeer verergerd door de opsluiting, ook al wordt ze kort na haar vrijlating aan haar rug geopereerd. Ze kan daardoor nog nauwelijks werken en krijgt na de oorlog, met veel moeite, een verzetspensioen. Na de scheiding van haar man, eind jaren veertig, moet zelfs oud-hoofdagent Verweij weer aan het werk. Terwijl hij administrateur is bij de Goudse Verzekeringen, wordt Christina pensionhoudster. Onder meer voor oud-onderduikster Roosje de Vries. Die woont vanaf 1947 tot haar vertrek naar een bejaardenhuis in Rotterdam nog zeven jaar aan de Joubertstraat. Verweij werkt door tot ook zoon Adrie, later tandarts in Gouda, het huis verlaat.
Over haar activiteiten is Christina na de oorlog vrij zwijgzaam. Ze wordt wel direct lid van de Goudse afdeling van Expogé, een belangenbehartigingsorganisatie voor ex-politieke gevangenen. Daar treft ze lotgenoten en heeft als bestuurslid weleens op 4 mei een krans bij het Stadhuis op de Markt gelegd, ‘soms nam ze een kleinkind mee.’ Ze blijft ook na de dood van zijn vrouw bij Verweij wonen, ‘men zag ze vaak samen in de erker zitten’, tot deze in 1977 overlijdt.
Als de overheid in de jaren tachtig verzetsherdenkingskruizen toekent, vraagt Christina er een aan en betaalt zelfs 35 gulden voor het draaginsigne. De officiële uitreikingen slaat ze over: ‘graag toesturen’ schrijft ze op het aanvraagformulier. De oorkonde is nog in het bezit van de familie.
Het huis aan de Joubertstraat is inmiddels familiebezit en werd na Christina's dood in 1985 nog lange tijd bewoond door Bep en zijn vrouw, tot zij na zijn dood het huis rond 2020 verkocht. Deze schoondochter, ook aanwezig bij de lezing, kon Beukema voorzien van stukjes van het onderduikverhaal.
Ondanks alles wat Beukema ontdekte, blijven er vele vragen. Over Christina komt wellicht nog wat boven water: beide schoondochters hebben mogelijk nog wat papieren in huis. Over de onderduikervaringen van de kinderloze Roosje en Berta denkt hij niet meer te weten kunnen komen. Anders is dat met de verrader Carel Kaufman. Over diens leven en het verraad heeft hij zoveel ontdekt dat hij verder op zoek gaat.
Wegens de enorme hoeveelheid aanmeldingen herhaalt Peter Beukema zaterdag 2 mei zijn lezing in de Steenlandzaal van de Chocoladefabriek, Klein Amerika 20 te Gouda, vanaf 14.00 uur. Aanmelden via info@samh.nl
foto’s: Christina nageschilderd (en voor online, ook het portret van Berta)