
Spreeuwenverhaal springt eruit
Gouda/Haastrecht - Bij het krieken van de dag stond Ilse Koks (36) uit Gouda bijna dagelijks in natuurgebied De Hooge Boezem bij Haastrecht. Met haar fotocamera volgde ze daar maandenlang het gedrag van spreeuwen die het gebied gebruikten om te verzamelen en te overnachten. Met veel toewijding legde ze vast hoe de vogels ’s ochtends massaal vertrokken en aan het eind van de dag in grote getale weer terugkeerden. Die serie, ‘Een terugkerend vertrek’, leverde haar onlangs een eervolle vermelding op bij de natuurfotowedstrijd De Groene Camera.
Vijf maanden lang, van augustus tot eind december vorig jaar, vormde De Hooge Boezem een tweede thuis voor Ilse Koks. Spreeuwen arriveerden tegen de avond en vertrokken weer bij zonsopkomst. In die periode was ze vrijwel dagelijks in het gebied om dit ritueel vast te leggen. Ze leerde het gedrag van de vogels steeds beter kennen en kon hun dagelijkse ritme in verschillende momenten vangen.
Koks is niet fulltime fotograaf. Ze werkt als stewardess en reist de wereld over. De focus op natuur ontstond voor haar niet vanzelf. Koks studeerde aan de kunstacademie en werkte daarna als grafisch ontwerper en fotograaf. Vervolgens ging ze aan de slag als stewardess, waarbij ze het fotograferen bleef combineren met haar reizen. In die periode richtte ze zich vooral op het fotograferen van mensen. Na een ernstig ongeluk, waarbij ze werd aangereden, veranderde dat. “Ik kon lange tijd bijna niets. Het enige wat nog ging, was naar buiten, de natuur in. Dat gaf rust.” In die periode pakte ze haar camera weer op en verschoof haar focus naar natuurfotografie. De laatste jaren werkt ze vooral dicht bij huis. “Nederland heeft ook ontzettend veel te bieden.”
Op korte afstand van haar woning in de Goudse wijk Goverwelle ligt De Hooge Boezem, een overloopgebied van de rivier de Vlist dat veel vogels aantrekt. Daar raakte ze in de ban van spreeuwen. “De meeste mensen letten vooral op de zwermen in de lucht, de bekende abstracte vormen. Ik juist op wat eromheen gebeurt: het dagelijkse ritme, met aandacht voor de omgeving waarin dat zich afspeelt, zoals rietkragen, bomen en de historische Boezemmolen.” Vooral het vaste ritme van de vogels sprak haar aan. “Ze vertrekken ’s ochtends in groepen, allemaal een andere kant op. En aan het eind van de dag komen ze weer terug, uit allerlei richtingen. Dat herhaalt zich steeds opnieuw.” Dat vraagt geduld. “Je hebt een beeld in je hoofd, maar je kunt niets sturen. Dus je wacht tot alles samenkomt.” Soms betekende dat lang op één plek blijven staan. “Als ik mijn plek verlaat, ben ik mijn compositie kwijt.” Juist dat wachten leverde soms precies het moment op waar ze op hoopte. “Ik wilde vastleggen dat ze zich ’s avonds nog verplaatsen in het riet. Uiteindelijk vloog er een groep vlak langs mijn camera. Dat zijn de momenten waarvoor je het doet.”
De fotoserie opent met vogels die in de ochtendmist uit het riet vertrekken. “Geen ochtend was hetzelfde”, vertelt ze. “Soms in één grote wolk, soms in groepen uit verschillende delen van het gebied. Aan het eind van de dag keerden ze terug uit alle richtingen. Ze deelden het luchtruim met andere vogels en soms roofvogels, zoals sperwers en kiekendieven. De spreeuwen streken ook neer op de molen en trokken daarna verder over het riet op zoek naar een slaapplaats.”
Koks ging ver voor het ‘perfecte plaatje’. Zo liep ze geregeld met een schilderstrap door het gebied om hoger te kunnen fotograferen. “Dan kreeg ik wel opmerkingen, ja”, zegt ze lachend. “Maar zo kwam het nét wat mooier uit.” Ook stond ze weleens tot haar knieën in het water om de juiste compositie te bereiken. In een jurkje en panty, met laarsjes aan, waadde ze zo het gebied in. “Dat was tijdens een vijfjaarlijkse waterbergingstest, waarbij wandelpaden onder water stonden.” Ze trok op met andere fotografen die hetzelfde onderwerp volgden. “We hadden een appgroep. Als iemand er niet was, stuurden de anderen updates.” Het fotowerk leverde soms bijzondere situaties op. Zo werd ze eens aangesproken door een ambulancebroeder met de vraag of het goed ging: er was gemeld dat iemand in de struiken zou liggen. “Dat bleek ik te zijn.”
Bij het samenstellen van de serie ging het niet om losse beelden, maar om het geheel. “Je moet keuzes maken. Soms valt een sterke foto af omdat die niet in de serie past.” Die aanpak viel op bij De Groene Camera, een wedstrijd voor natuurfotografen uit Nederland en België, waar Koks een eervolle vermelding kreeg. “Er worden veel spreeuwenfoto’s ingestuurd, dus het is extra mooi als je iets anders laat zien.”
‘Je hebt een beeld in je hoofd. Het is wachten tot het klopt’
Met de spreeuwen inmiddels vertrokken, werkt ze aan een nieuw project in De Hooge Boezem, waarin ze alle vogelsoorten in beeld wil brengen. “Het laat zien hoe belangrijk zo’n gebied is.” De erkenning ziet ze vooral als waardering. “Ik doe het omdat ik het leuk vind. Maar het is mooi dat het ook wordt gezien.”