
Herdenking Holocaust trekt 150 mensen naar station Gouda: ‘We lijken opnieuw in zo’n fuik te komen’
NieuwsGouda - Zo’n 150 mensen stonden zondag stil bij de Holocaust tijdens de jaarlijkse herdenking onder de overkapping van station Gouda. De plek is bewust gekozen: hier begonnen voor veel Goudse Joden hun laatste reizen naar de vernietigingskampen.
De herdenking werd georganiseerd door Stichting Gouds Metaheerhuis en de gemeente Gouda. Het is jaar 81 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd. Ook is het 81 jaar geleden dat concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz, het internationale symbool van de Holocaust, op 27 januari 1945 werd bevrijd.
Nooit zag ik bij mijn vader zijn tranen, zijn verdriet om een verstoord leven, ongewenst zijn en de moord op zijn, en mijn hele familie.
Presentator Lea van Coeverden opende met verhalen over haar ouders, beiden Holocaust-overlevenden. Ze vertelde hoe haar vader pas laat in zijn leven sprak over de oorlog. "Om weer vrij buiten te kunnen lopen, mensen te zien en niet meer vervolgd te worden, dat was bijna niet te bevatten, zei mijn vader met trillende stem, zijn tranen verstoppend, twee jaar voor zijn dood", zei ze over hem. “Nooit zag ik bij mijn vader zijn tranen, zijn verdriet om een verstoord leven, ongewenst zijn en de moord op zijn, en mijn hele familie.”
Over haar moeder vertelde Van Coeverden hoe zij als zestienjarige na de Kristallnacht uit Keulen vluchtte. "Haar leven was gered, maar voor altijd kapot." Toch bouwden haar ouders een zinvol leven op. "Dat mijn broer en ik geboren mochten worden, was voor hen het bewijs dat Hitler niet had gewonnen", aldus Van Coeverden.
Voorzitter Lex van der Helm van het Gouds Metaheerhuis plaatste de herdenking in een bredere context. "We herdenken hier 390 stadsgenoten die zijn vermoord. Maar herdenken alleen is niet genoeg. We moeten ook proberen te begrijpen hoe dit kon gebeuren."
Als we elkaar niet meer als mens zien, verliezen mensenrechten en mensenlevens hun betekenis.
Van der Helm waarschuwde voor herhaling. "We lijken opnieuw in zo’n fuik terecht te komen,” zei Van der Helm, “waarin uitsluiting op basis van afkomst, geloof, geaardheid of overtuiging stap voor stap normaal wordt.”
Het begint klein, zei van der Helm: “We nodigen iemand niet uit, omdat hij een zionist is, zonder ons af te vragen wat dat eigenlijk betekent. We wijzen een sollicitant af om haar hoofddoek, zonder te vragen wat ze kan.” Het ultieme gevaar daarvan is, zo stelde hij, dat groepen mensen hun menselijkheid verliezen. “Als we elkaar niet meer als mens zien, verliezen mensenrechten en mensenlevens hun betekenis.” Juist daarom is herdenken nodig, maar ook, benadrukte hij, “bedenken hoe klein zo’n catastrofe begint.”
Burgemeester Pieter Verhoeve vertelde het verhaal van Edith Rosalie Beek, een Gouds meisje van negen dat in 1943 in Auschwitz werd vermoord. Hij vertelde over haar pop, die bewaard is gebleven. “De pop is er nog,” zei hij, “maar Edith niet.” Edith had hier vandaag kunnen staan, schetste hij. “Een kind uit de binnenstad, dat huppelend naar school ging.”
Er is altijd een alternatief. Ons denken is vrij.
Verhoeve benoemde ook de rol van de overheid in de oorlogsjaren. “Deze borden ‘Voor Joden verboden’ zijn besteld en betaald door de gemeente zelf.” Er werden lijsten gemaakt en namen gemarkeerd. “En dat is een les voor nu,” zei hij. “Het kan zijn dat politici en bestuurders hun ondergeschikte vragen om onrechtvaardige dingen te doen. Dat hoeft niet. Er is altijd een alternatief. Ons denken is vrij.”
Opperrabbijn Binyomin Jacobs sloot de herdenking af met een Joods gebed.
Lees hier het gedicht van Chris Bellekom, Stadsdichter van Gouda:
Vervoersbewijs
Het is moeilijk zoeken naar woorden als je na lang puinruimen tussen het as bladert in boeken met zwarte pagina’s. Als je kijkt naar lange lege lijsten met uitgegumde namen.
Het is moeilijk zoeken naar woorden in een donkere kamer waar alle kaarsen uitgeblazen zijn, de elektriciteit is afgesloten. Er slechts op een kille zolderkamer achter afgeplakte ramen nog een klein lampje brandt.
Het is moeilijk zoeken naar woorden als je een dichter bent en de beelden probeert te bedenken van de kampen. Je werkelijk geen voorstelling kunt maken. Als je niet kunt ontzien dat NSB begint met NS.
Het is moeilijk zoeken naar woorden. Dan grijp je naar cijfers. Het waren in een paar jaar tijd maar honderd treinen. Maar honderd treinen… Hoe dan? Er gaan vandaag al vanaf station Gouda 300 treinen. De holocaust eindigt met honderd.
Het is moeilijk zoeken naar woorden als de verhalen die je horen moet om woorden te vinden verstoken blijven achter gesloten monden en verschrikte ogen die zoveel gezien hebben dat ze de rest van hun leven willen zwijgen.
De doden die zwijgen. Wie overbleef dient te schreeuwen. Die moet zoeken naar woorden. Waar je ze maar kunt vinden. Wie overblijft, wie mee leeft, wie stil staat, wie huilend op het perron de trein in de verte ziet vertrekken, dient te schreeuwen.
Het is moeilijk zoeken naar woorden als de zon schijnt op het verleden, op het gras dat vol klaver bloeit op de massagraven, de wereld alweer verder draait, de beelden goed geprepareerd in de archieven zijn gestopt. Want, Das war Einmal.
Maar het was niet moeilijk te zoeken naar de woorden die hierbij passen. Het was verdomd eenvoudig: “Eénmaal een enkele reis. Derde klasse alstublieft.”