
'Vlinders zijn graadmeter voor natuur'
Isabelle Poot
Nieuwegein - Met een verrekijker om de nek struinen vrijwilligers van de vlinderwerkgroep IVN Nieuwegein-IJsselstein e.o. elke week door de vlinderidylle van het Natuurkwartier in Nieuwegein. Hun missie: vlinders tellen. En die aandacht voor de kleine fladderaars is hard nodig, want het aantal Nederlandse vlinders bereikte in 2024 het laagste niveau sinds het begin van de tellingen.
Tussen 1992 en 2024 is het aantal dagvlinders, 54 soorten, met meer dan de helft afgenomen. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en De Vlinderstichting. Elke week van april tot september trekken zes tot zeven leden van IVN Nieuwegein-IJsselstein e.o de vlinderidylle in, een plantrijke plek in Nieuwegein die speciaal is aangelegd voor vlinders, om te tellen voor het landelijke meetnet." Het is belangrijk dat we de vlinders blijven monitoren, ook al worden het er steeds minder", zegt bioloog Luc de Bruijn, contactpersoon van de werkgroep. Ook in IJsselstein is een telgroep actief.
Nauwkeurig tellen langs vaste route
De methode is strikt: langzaam lopen langs een vaste route van 250 meter, stap voor stap, en alleen vlinders tellen binnen drie meter van het pad. "Een vlinder verderop mag je niet meetellen, anders zijn de resultaten landelijk niet vergelijkbaar", legt De Bruijn uit. Die vaste methode is belangrijk: alleen zo kan de trend door het hele land goed gevolgd worden. De tellingen worden door de tellers via de app 'Meetnet Dagvlinders' direct doorgestuurd naar De Vlinderstichting.
Wandelend door de vlinderidylle stopt De Bruijn regelmatig. "Kijk daar, dat is een icarusblauwtje", wijst hij. Deze soort neemt landelijk af, maar doet het dit jaar in Nieuwegein nog redelijk goed. Dit seizoen zagen ze er al meer dan vorig jaar. Even later vliegen er wat koolwitjes voorbij. Onder een boom schudt De Bruijn aan een tak. "Dit doen we altijd even, zodat er misschien vlinders wegvliegen." Dit keer helaas zonder succes.
Minder vlinders: minder vogels
De tellingen in Nieuwegein laten dit jaar tot nu toe het bont zandoogje als meest geziene soort zien. Het groot koolwitje neemt landelijk af, maar houdt zich hier redelijk staande. Opvallend is de stijging van het landkaartje, dat dit seizoen ineens omhoog schiet. "Mensen die het landkaartje willen zien, moeten hier zijn", zegt De Bruijn lachend. Vlinders zijn meer dan mooie verschijningen; ze zijn graadmeters voor de natuur. "Aan vlinders kun je zien hoe het met de natuur gaat", benadrukt De Bruijn. "Ze zorgen voor bestuiving, zijn voedsel voor vleermuizen en vogels. Als vlinders verdwijnen, heeft dat ook gevolgen voor veel vogels die ervan afhankelijk zijn." De oorzaken van de afname zijn divers: versnippering en verlies van leefgebieden, gebruik van bestrijdingsmiddelen, klimaatverandering en het verdwijnen van geschikte plekken door stikstofneerslag.
Wat kunnen bewoners doen?
De werkgroep zet zich niet alleen in voor tellingen, maar ook voor verbetering. "We zijn in gesprek met de gemeente Nieuwegein", vertelt De Bruijn. "Dat helpt uiteindelijk wel. Ze maaien minder vaak, en dan ook maar gedeeltelijk." Bewoners kunnen zelf ook helpen. "Plant inheemse bloemen zoals jacobskruiskruid in je tuin. Mensen zien dat als onkruid, maar vlinders en andere insecten zijn er dol op", adviseert De Bruijn. Bloemen uit het tuincentrum raadt hij af: "Daar zit soms geen nectar in, of vlinders kunnen er niet bij door dubbele bloemblaadjes." Zijn tip: haal zaad uit de natuur en zaai zelf. Ook pleit hij voor meer groen in de tuin en minder tegels. "Anders mis je de kans om vlinders aan te trekken." Tegen grotere problemen zoals bestrijdingsmiddelen kunnen burgers weinig doen. "Dan rest eigenlijk alleen stemmen op de juiste politieke partij."