
Resultaten onderzoek Merwedelijn: ondergrondse ligging is favoriet
NieuwsRegio - Inwoners van Utrecht en Nieuwegein zien het liefst dat de Merwedelijn zoveel mogelijk ondergronds wordt aangelegd. Deze toekomstige hoogwaardige OV-verbinding tussen Utrecht Centraal, Groot Merwede en de polder Rijnenburg moet de grootste woningbouwlocatie van Nederland ontsluiten.
Aan de zuidwestkant van Utrecht zijn plannen voor ongeveer 75.000 woningen en 40.000 arbeidsplaatsen. Om deze gebieden goed te ontsluiten en overbelasting van Utrecht Centraal te voorkomen, onderzocht U Ned - een samenwerking tussen het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeenten Utrecht en Nieuwegein - vier varianten voor de Merwedelijn: een tunnel, verdiepte ligging, viaduct en combinatie van een viaduct en verdiepte ligging. Daarnaast bekeek U Ned twee verschillende routes in Nieuwegein: langs het bestaande spoor of via een nieuwe brug over het Amsterdam-Rijnkanaal en langs de A.C. Verhoefweg.
Wat inwoners vinden
Voor het onderzoek werden ook organisaties, bedrijven en inwoners naar hun mening gevraagd. In april voerde U Ned gesprekken met stakeholders en bijna 2.500 inwoners uit Utrecht en Nieuwegein vulden een digitale vragenlijst in. Daaruit bleek dat de meeste mensen positief staan tegenover een tram in een tunnel.
De tram in een verdiepte ligging zien velen als alternatief voor de tunnel. Daarbij vragen ze wel om voldoende mogelijkheden om veilig over te steken en willen ze maatregelen tegen geluidsoverlast. De variant met het viaduct stuitte op de meeste bezwaren, vooral vanwege de impact op de openbare ruimte.
Voorkeursalternatief in de maak
Op basis van alle resultaten is op dit moment een ondergrondse ligging van de Merwedelijn het meest wenselijk. Uit het onderzoek blijkt dat geen van de huidige varianten binnen het budget van 1,2 miljard euro valt. De komende maanden werkt U Ned verder aan een Voorkeursalternatief. Dit is een variant die het meest recht doet aan de verschillende belangen, zoals die van reizigers, omwonenden, de kosten, technische haalbaarheid en ruimtelijke inpassing. Ondertussen voert de regio gesprekken met het Rijk over aanvullende financiering.
Eind 2025 wordt het onderzoek afgerond. Daarna nemen de betrokken gemeenten, de provincie en het Rijk een besluit over een Voorkeursalternatief en kan het voorliggende plan verder worden uitgewerkt.