Afbeelding
Foto: Museum Gouda

Schat van de stad

Ieder kwartaal krijgt burgemeester Pieter Verhoeve in zijn werkkamer een nieuw voorwerp uit Museum Gouda op bezoek. Hier vertellen hij en museumdirecteur Femke Haijtema wat meer over deze Goudse schat.

Pieter Verhoeve:  De bussen die nu mijn kamer sieren waren bedoeld voor specerijen. Deze kwamen in de zeventiende eeuw naar ons land dankzij de VOC, die het monopolie had op nootmuskaat, foelie en kruidnagel. Aan deze handel zat echter ook een duistere kant, de VOC maakte enorme winsten ten koste van gekoloniseerde gebieden. In Europa golden torenhoge prijzen en de luxe specerijen waren eerst alleen voor welgestelden. De metalen voorraadbusjes zijn afkomstig uit de Volksgaarkeuken van de Hoffmanstichting in Gouda. Oud-bestuurslid en locoburgemeester van Gouda, de heer Van der Wel, ontving ze bij zijn afscheid. Zijn zoon schonk ze aan het museum. Mooi om te zien hoe de specerijen, ooit een statussymbool, hun weg vonden naar de gaarkeukens van Gouda.

Femke Haijtema: De Volksgaarkeuken waar deze bussen in de kast stonden, werd opgericht in 1889. Het gebouw aan de Keizerstraat is nog steeds herkenbaar. Toen was dit echt een arbeidersbuurt. Economisch ging het slecht in Gouda en veel gezinnen waren arm. De gaarkeuken was te danken aan rijke Goudse Henriëtte Helena Hoffman, die de oprichting opnam in haar testament. Mensen konden bij de gaarkeuken eten tegen kostprijs. In 1889 kreeg je er voor 10 cent een portie aardappelen, groenten, soep of spek, gekruid met specerijen uit deze bussen. Er werden tot wel 40.000 maaltijden per jaar verstrekt, en pas in 1987 sloot de gaarkeuken zijn deuren. Helaas bestaat armoede in Gouda wel nog steeds - nu is het de voedselbank die gezinnen uit brand helpt.