• Simon (l) en Hildert.
• Simon (l) en Hildert. Foto: Aangeleverd

Van monsters kunnen we leren, zeggen makers van kinderboek: ‘Ze horen bij het leven’

Nieuws

GOUDA/REGIO • Monsters bestaan en kunnen ons veel leren. Hoog tijd dat ze in het westen de plek krijgen die ze elders al hebben. 

Dat zeggen schrijver/psycholoog Simon Douw en illustrator Hildert Raaijmakers. Zij maakten het spannende prentenboek annex encyclopedie ‘Ik wil mijn monsters terug’ en een kaartspel. ‘We zijn in positieve zin door alle reacties overvallen’, zegt Douw, ‘ik krijg vaak foto’s van ouders die met hun kind het boek aan het lezen zijn’.

Douw woont in Westzaan en Raaijmakers is sinds een half jaar Gouwenaar. Ze werden vrienden na een crowdfunding workshop die Hildert bij Simon volgde en werken voor het eerst samen. ‘Ik bedacht direct dat Hildert het verhaal moest illustreren,’ vertelt Douw aan de telefoon. ‘Zijn werk is prachtig expressief en gelaagd, en roept diepere dingen op.’ Hildert was vroeger niet bang voor monsters maar deed graag mee. ‘Van de wezentjes die ik op dat moment schilderde, was het maar een kleine stap naar monsters.’

Echte monsters

De monsters in dit boek zijn geen sullige lobbessen of pluizig of aaibaar. Raaijmakers schilderde kleurige, niet-alledaagse wezens, die Douw herkent als de monsters die hij als kind echt zag. Hij heeft synesthesie, een neurologisch verschijnsel dat meer mensen hebben: ‘Het ene zintuig neemt iets waar, een ander zintuig reageert. Zoals een componist die ziet iets en daarbij muziek hoort.’

‘Het verhaal over de jongen die zijn monsters tekent en bezweert door die tekeningen op te bergen, is mijn verhaal. De kluis was bij ons een kast, maar het werkte. Mijn vader was gevangenisdirecteur en ik geloofde dat hij ze kon opsluiten.’ En net als de naamloze hoofdpersoon ging ook Douw later op zoek naar zijn monsters, om te ervaren dat ze bij het leven horen.

Onderzoek en ontvangst

Wie het boek omkeert, komt terecht in de Monsterencyclopedie met 34 monsters gebaseerd op de archetypen uit de psychologie. Het zijn tweetallen die elkaars uiterste zijn. Zo staat Gul tegenover Gier, Poets tegenover Slodder net als Fikker en Stikker. ‘Karaktertrekken die ieder mens in zich heeft. Alle monsters hebben kracht en valkuilen, put er je kracht uit.’ Bij elk monster hoort een kort verhaal: ‘het moest niet te uitleggerig worden met eindeloze lappen tekst’.


Monster ‘Fikker’ - Foto: Hildert Raaijmakers.

‘Er zijn al kinderen die er spreekbeurten over houden.’Voor de tekeningen haalde Hildert veel inspiratie uit andere culturen en kunstwerken. ‘Ik ga niet alles uitleggen, maar in Gier zie je een Tupilak (Inuitkunst) en Gul is gebaseerd op een beeld in het Kunstmuseum. Ik hou van citeren, ook van mezelf. Op veel plaatsen zie je mijn kenmerkende ‘Hildertlijnen’, zoals in mijn favoriet Traanbaard. En op veel tekeningen heb ik een Ribbedebie verstopt (een slapend, afwezig beestje; ‘Ribbedebie’ is Vlaams voor verdwenen, foetsie) , dat soort grapjes vind ik leuk.’


Monster ‘Ribbedie’ - Foto: Hildert Raaijmakers. 

Ouders vinden het eng

Hun werk is spannend maar niet te eng voor kinderen, zeggen de makers uit ervaring. Voor zijn teksten deed Douw - zelf psycholoog - diepgravend onderzoek en sprak met deskundigen. ‘Monstertheorie is een vakgebied, er is ook een ‘monsterprofessor’, Stephen Asma’. Verder hebben ze de verhalen en tekeningen uitgebreid getest op kinderen, niet alleen die van Simon. ‘Daar werd goed op gereageerd, er zijn al kinderen die er spreekbeurten over houden’, zegt Hildert en Simon krijgt vaak foto’s van ouders die met hun kind het boek lezen. ‘Onlangs nog uit Zweden. We zijn in positieve zin overvallen door alle reacties.’

Raaijmakers zou ‘het verhaal niet aan heel jongere kinderen voorlezen voor het slapengaan maar oudere kinderen vinden het fijn om een beetje te griezelen.’ ‘We zijn er niet op uit om kinderen bang te maken, maar als je doet alsof ze niet bestaan komen ze elders omhoog. Je kunt de monsters in jezelf niet ontkennen, iedereen heeft schaduwkanten’, vult Simon aan. ‘Kinderen voelen intuïtief aan, wat ze wel of niet willen zien en bij stilstaand beeld heeft het kind controle. Het zijn vaak de ouders die het eng vinden’.

Andere culturen 

Die angst is vooral iets Westers ontdekten ze. ‘In andere culturen worden monsters geaccepteerd en hebben ze vaak een prominente plek. In Rusland zet je bij een feest een bordje extra neer voor je huismonster. Wij proberen monsters binnen de westerse wereld terug te brengen, ouders en kinderen erover te laten praten.’

Iedereen heeft meerdere monsters, het verschilt per dag.‘Iedereen heeft meerdere monsters, het verschilt per dag. Zelf voel ik me nu Fabula, die zich verliest in fantasie’, zegt Simon. ‘Hildert zie ik op dit moment vooral als Tlao, in zijn poging om in alle dingen die deze periode tegelijkertijd gebeuren in zijn leven zijn verantwoordelijkheid te nemen.’ Hildert zelf ziet in Simon vooral ‘Voelvol, omdat hij altijd heel gevoelig is en open staat voor de energie van anderen’.

Vaker samenwerken

De klus vergde heel wat uithoudingsvermogen. ‘Wisten wij veel dat het vijf jaar zou duren, door het uitpluizen van alle theorieën en tradities’, zegt Simon. De samenwerking verliep zo goed dat die naar meer smaakt, zeggen beiden. Maar voor Hildert opnieuw in zee gaat met zijn ‘monstermuze, het jongere broertje dat ik nooit heb gehad ’, wil hij eerst weer een serie eigen werk maken: ‘ik denk aan lege kamers bijvoorbeeld’. Naast zijn werk als communicatiemedewerker in de Garenspinnerij.

‘Bovendien moeten we eerst dit netjes afronden’, zegt Simon. Dankzij crowdfunding konden ze in eigen beheer 300 boeken en 150 kaartspellen laten maken. ‘We zijn nu druk om die naar 67 landen te versturen en zijn op zoek naar een uitgeverij voor verdere verspreiding.’

Gerda den Hollander


Ik wil mijn monsters terug
Ik wil mijn monsters terug - Simon Douw & Hildert Raaijmakers
Nog te koop via de Engelstalige website Indiegogo (I want my monsters back), of rechtstreeks via de makers