• Joost Visbeen.
• Joost Visbeen. Foto: Marianka Peters

Snode plannen leidden tot moord

regio • Jean Francois Joseph Courrech Staal, directeur van Scheepswerf Holland te Hardinxveld- Giessendam, werd op 17 september 1974 door zijn echtgenote na een ochtendwandeling van slechts 10 minuten, in een plas bloed doodgestoken aangetroffen in zijn Gorcumse villa.

Vanwege de hoeveelheid sporen en stille getuigen werd de hulp van het Regionaal Recherche Bijstandsteam ingeroepen. 

In de achtertuin werden in een plastic tas kledingstukken, twee pruiken, kaki-achtige petjes en ijzeren staven gevonden. Getuigen hebben vanuit de tuin via het plantsoen twee mannen in de richting van het station zien wegrennen. Deze mannen werden ook rond het station gesignaleerd. Aan de hand van de getuigenverklaringen zijn toen compositietekeningen gemaakt. 

Belangrijke aanwijzing
Onder de kledingstukken bevond zich een rode pyamajas met een Grieks etiket er in. In een broekzak werd een vodje van een Griekse krant gevonden. Daarnaast werd een lijstje, getypt op een Griekse schrijfmachine, met  telefoonnummers aangetroffen. Dat van Staalbedrijf De Vries Robbé was rood omcirkeld, hetgeen een belangrijke aanwijzing bleek te zijn.

Een andere bijzonderheid was een rechter handschoen met een met papier opgevulde duim en wijsvinger. Met name de Griekse verwijzingen rechtvaardigde de veronderstelling dat de daders in de Griekse gemeenschap van Gorinchem moesten worden gezocht, die in die jaren uit zo’n  600 mensen bestond. 

Aan lager wal geraakt
Na grondig recherchewerk kwam naar boven dat ene Ioannis T. bij De Vries Robbé was ontslagen een deel van zijn duim en wijsvinger miste. Zonder werk en onbekend met sociale voorzieningen was hij financieel aan lager wal geraakt. Konstantinos M. had in het verleden bij Scheepswerf Holland gewerkt en had van zijn werkgever eens een lening van 2.500 gulden verkregen. Vanwege hun gemeenschappelijke achtergrond als landgenoten en staalarbeider, kenden zij elkaar.

Op dinsdagavond 2 oktober 1974 werden in een bordeel op Katendrecht Rotterdam de 38-jarige Konstantinos, die op dat moment ook zonder werk was, en de 23-jarige Ioannis in de kraag gevat. Na een emotioneel nachtelijk verhoor legden beide verdachten op woensdag 3 oktober 1974 een volledige bekentenis af, waarmee dit misdrijf met twee weken was opgelost.

'Hij werd in een plas bloed doodgestoken aangetroffen.'

Geldnood 
Beide mannen verklaarden dat zij door geldnood werden gedreven. Vanwege zijn verkregen lening veronderstelde Konstantinos dat er bij zijn voormalige werkgever wel wat te halen viel. De bedoeling was dat zij de heer Courrech Staal in zijn eigen auto zouden ontvoeren en een bedrag van NLG 500.000,00 aan losgeld wilde lospeuteren. Konstantinos wilde met zijn aandeel een eigen bedrijfje starten en Ioannis wilde het geld aanwenden voor plastische chirurgie.

In de voorbereiding hielden beide mannen er rekening mee dat  mevrouw Courrech Staal ook in huis aanwezig zou zijn. Zij zouden  dan het echtpaar aan stoelen  vastbinden en onder bedreiging van het leeggieten van een jerrycan benzine het losgeld los praten. Het liep echter anders. Mevrouw was dus niet thuis en de heer Courrech Staal bleek niet voor een kleintje vervaard. 

In elkaar gezakt
Hij liet zich niet zomaar overvallen en het huis uit sleuren. Hij vocht als een leeuw.  Iets waar beide mannen geen rekening mee hadden gehouden en totaal niet hadden verwacht. Toen Konstantinos het onderspit leek te delven trok Ioannis in blinde paniek een 14 centimeter lang mes en stak de heer Courrech Staal in hals en zij. Ondanks zijn verwondingen gaf het slachtoffer niet toe, doch zakte na enige tijd in elkaar en bezweek aan een slagaderlijke bloeding.

Op de rechtszitting van 23 mei 1975 verklaarden beide mannen bij herhaling dat het om losgeld was te doen en niet om het leven van het slachtoffer. De psychiater van het Pieter Baancentrum in Utrecht kwam tot de conclusie dat Konstantinos volledig toerekeningsvatbaar was en Ioannnis enigszins verminderd toerekeningsvatbaar en kans op herhaling aanwezig was. 

Milde straf
Dat laatste werd door de verdediging in twijfel getrokken aangezien er sprake was van blinde paniek. Wel werd de verminderde toerekeningsvatbaarheid als stoornis erkend vanwege een eerdere zelfmoordpoging. De Officier van Justitie bleek in de ogen van vandaag een milde straf te eisen van 8 jaar gevangenisstraf.

De rechter ging echter niet mee in de eis en legde een gevangenisstraf op van slechts 6 jaar. Het waren de jaren '70, een periode van idealisme en optimisme, waarin mild straffen en een tweede kans bieden paste.

Extra triest
Hoewel ieder misdrijf en zeker een met dodelijke afloop een tragedie is, maakt deze zaak extra triest doordat de vader van het slachtoffer, notaris te Gorinchem, 43 jaar eerder eveneens door een geweldsmisdrijf om het leven was gekomen.
De dader was eveneens gedreven door financiële nood en werd toentertijd veroordeeld tot 15 jaar.