
Zo herkent u roest, groeven en een rand op de remschijf in het natte seizoen
Zakelijk-nieuws-landelijkAutomobilisten in het Groene Hart die hun auto buiten parkeren, zien na een regenachtige nacht of een wasbeurt regelmatig een bruine aanslag op de remschijven. Doorgaans verdwijnt deze na enkele remacties. Het najaar is echter een geschikt moment om de remschijven nader te bekijken. Vochtig weer, korte ritten en in de winter strooizout belasten het remsysteem zwaarder dan in de zomer. Een deel van de controle kunt u zelf uitvoeren, zonder gereedschap en zonder de auto op te krikken.
Waarom natte maanden de remschijf extra belasten
De meeste remschijven zijn vervaardigd van grijs gietijzer. Dit materiaal voert warmte goed af, maar is gevoelig voor corrosie. In Zuid-Holland zijn regen, mist en dauw in herfst en winter gebruikelijk, waardoor een geparkeerde auto vaak urenlang met natte remmen stilstaat. Daarbij ontstaat vrijwel altijd een dunne laag oppervlakteroest.
Strooizout versnelt dit proces, met name op plaatsen die de remblokken niet schoonvegen, zoals de rand van de schijf en het gedeelte rond de naaf. Wie hoofdzakelijk korte ritten maakt, rijdt bovendien zelden lang genoeg om de remmen volledig te laten opwarmen en drogen.
Vocht is op zichzelf geen defect. Het weer vormt een aanleiding om te controleren, geen diagnose.
Wanneer roest op de remschijf aandacht verdient
Oppervlakteroest op het loopvlak, het deel waar de remblokken tegenaan drukken, verdwijnt normaal gesproken na enkele rustige remacties. Een kort schurend geluid bij de eerste rit op een vochtige ochtend is daarbij gebruikelijk.
Blijft het loopvlak na meerdere ritten gedeeltelijk bruin, dan maakt het remblok op die plaatsen mogelijk onvoldoende contact. Dit komt voor bij auto’s die lang hebben stilgestaan, maar kan ook duiden op een remklauw die niet soepel beweegt. Een duidelijker waarschuwingssignaal is putcorrosie: kleine, diepe putjes in het loopvlak. Technische richtlijnen van onderdelenleveranciers beschouwen corrosie op meer dan ongeveer een vijfde van het loopvlak als reden tot vervanging.
Roest op de rand en rond de naaf komt veel voor en vormt geen probleem zolang het loopvlak intact is.
Hoe u de diepte van groeven beoordeelt
Fijne ringen op het loopvlak ontstaan door vuil en zand tussen remblok en schijf en zijn normaal. Om de diepte te beoordelen kunt u bij een afgekoelde schijf en een stilstaande auto met uw vingernagel van binnen naar buiten over het loopvlak strijken. Blijft de nagel achter richels haken, dan zijn de groeven dieper dan gebruikelijk. Groeven van meer dan ongeveer 0,5 millimeter wijzen op aanzienlijke slijtage. Mogelijke oorzaken zijn versleten remblokken of een steentje dat tussen blok en schijf heeft gezeten. Of vervanging nodig is, hangt echter mede af van de dikte van de schijf.
Wat een rand op de remschijf zegt over slijtage
Aan de buitenzijde van het loopvlak ontstaat na verloop van tijd een verhoogde rand, omdat het remblok dat deel niet raakt. Een rand van meer dan ongeveer 1,5 millimeter geldt als teken van ernstige slijtage. De betekenis daarvan wordt duidelijk wanneer men de beschikbare marge bekijkt. Elke schijf heeft een door de fabrikant voorgeschreven minimale dikte, meestal op de schijf aangeduid met “MIN TH”.
Soort remschijf (voorbeelden)
Dikte nieuw
Minimale dikte
Geventileerde voorschijf, compacte auto
22 mm
20,4 mm
Geventileerde voorschijf, middenklasse
28 mm
26 mm
Massieve achterschijf
9 mm
7,5 mm
De marge bedraagt in deze voorbeelden 1,5 tot 2 millimeter. Een rand van 1,5 millimeter betekent dus dat een groot deel daarvan al is verbruikt. Wie de nieuwe en de minimale dikte voor de eigen auto wil opzoeken, kan het overzicht van remschijven voor personenauto’s van AUTODOC raadplegen en daar op kenteken zoeken. De rand blijft niettemin een aanwijzing en geen meting. Een werkplaats meet de dikte met een schuifmaat of micrometer op acht tot tien punten langs de omtrek.
Signalen die u zelf kunt herkennen
Via de openingen in de velg is de buitenzijde van de schijf meestal goed zichtbaar. Begin bij de voorremmen: deze leveren doorgaans 60 tot 70 procent van de remkracht en slijten daardoor sneller. De volgende signalen geven aanleiding tot controle door een werkplaats:
• roest die na meerdere ritten zichtbaar blijft of putjes vormt;
• groeven waar de nagel achter blijft haken;
• een duidelijk verhoogde rand;
• blauwe of gele verkleuring, een teken van oververhitting;
• aanhoudend schuren of knarsen tijdens het remmen;
• trillingen in pedaal of stuur, vaak bij snelheden tussen 80 en 120 km/u.
Houd er rekening mee dat de binnenzijde van de schijf van buitenaf nauwelijks te beoordelen is. Trillingen kunnen ook worden veroorzaakt door banden, wielophanging of uitlijning, en verkleuring wijst vaak op een klemmende remklauw of een handrem die niet volledig lost. Eén symptoom volstaat daarom zelden voor een conclusie. Trekt de auto bij het remmen naar één kant of voelt het pedaal anders aan dan normaal, laat de remmen dan zo spoedig mogelijk nakijken.
Hoe lang remschijven meegaan en wanneer vervanging nodig is
Een vast vervangingsinterval bestaat niet. Voorschijven gaan als indicatie 30.000 tot 100.000 kilometer mee, achterschijven vaak 80.000 tot 120.000 kilometer, afhankelijk van rijstijl en gebruik. Bij elektrische auto’s en hybrides slijten de schijven minder, waardoor corrosie daar eerder een aandachtspunt is.
Remschijven worden per as vervangen, doorgaans samen met de remblokken. Let bij de keuze op de juiste afmetingen en uitvoering, een goedkeuring volgens de Europese norm ECE R90 en eventueel een corrosiewerende coating op rand en naaf. Laat de montage bij gebrek aan ervaring over aan een vakman en rem in de eerste 200 à 300 kilometer rustig, zodat blokken en schijven gelijkmatig inlopen.
Rem daarnaast na een wasbeurt of een natte nacht enkele keren rustig, laat de auto niet onnodig lang stilstaan en spoel in de winter wielen en wielkasten regelmatig af.






















