
Van huizen en herberg naar stadspark: de geschiedenis van het Houtmansplantsoen
NieuwsDoor Coretta Bakker-Wijbrans en Erik Kooistra (Gouda Tijdmachine)
Gouda - Wie vandaag door het Houtmansplantsoen in Gouda wandelt, ziet vooral groen en open ruimte. Dit ogenschijnlijk serene stadspark is gebouwd op een veel drukkere geschiedenis.
Dit artikel is een bijdrage van de Gouda Tijdmachine (goudatijdmachine.nl). Het project digitaliseert bronnen om de ontwikkelingen van Gouda in kaart te brengen.
Door de invoer van nieuwe gegevens in de Gouda Tijdmachine blijkt dat na de sloop van het kasteel en het Minderbroederklooster in 1576-1577 een grote open ruimte overbleef die al snel weer bebouwd werd.
Drie huisjes
In 1606 is er sprake van drie huisjes staande in het verlengde van de Spieringstraat. In de loop van de zeventiende eeuw verandert het beeld. Tegen 1690 is er sprake van een duidelijk ontwikkeld complex met huizen, werkplaatsen, erven en tuinen – pal langs de stadsmuur.
Het gebied aan de rand van dte stad krijgt steeds meer een functionele invulling door de bouw van een grote zaal, een koetshuis en een paardenstal.
Een belangrijke naam in deze ontwikkeling is die van timmerman en aannemer Daniel van Limburgh. Hij is niet alleen actief in de bouw, maar bekleedt ook bestuursfuncties binnen het timmergilde en de schutterij.
Twaalf kleine woningen
Waarschijnlijk is hij degene die in 1726 twaalf kleine woningen laat bouwen die parallel aan de stadsmuur komen te staan. Door vrijwilligers zijn de gegevens van de belastingregisters in de Gouda Tijdmachine ingevoerd. De bebouwing komen we dan ook in 1730 in de belastingregisters tegen.
In 1764 komt het hele complex in handen van Matthijs van der Helm, waarna in 1774 François de Meij als eigenaar wordt vermeld. De Meij bezit een aanzienlijk deel van het terrein: huizen, erven en tuinen langs de stadsvest, inclusief een tuinprieel en bijgebouwen.
Koloniaal netwerk
Een beladen detail in deze geschiedenis is dat De Meij ook betrokken was bij slavernij en verbonden was aan plantages in Suriname. Daarmee maakte hij deel uit van een koloniaal netwerk dat een bron was van de Nederlandse stedelijke welvaart in de achttiende eeuw.
Die dimensie is lange tijd nauwelijks zichtbaar geweest in lokale geschiedschrijving.
Het Houtmansplantsoen door de eeuwen heen. Tekst loopt verder onder de afbeeldingen.
Gesloopt
Het terrein blijft nog tot diep in de negentiende eeuw bebouwd. Dwars op de 12 huizen langs de stadsmuur staat een herberg inclusief kegelbaan langs de Vijverstraat. Hierna verandert het landschap snel.
Kadastrale gegevens en kaartmateriaal laten zien dat de bebouwing rond 1846 grotendeels is verdwenen. Waarschijnlijk zijn de panden tussen 1840 en 1845 gesloopt.
Nieuwe inrichting
Die sloop hangt nauw samen met een grotere stadsverandering: het afbreken van de stadsmuur die, op deze plek, rond 1825 wordt verwijderd. Met het verdwijnen van de vestingwerken komt er ruimte vrij.
Wat ooit een afgesloten zone was, verandert in een open stedelijke rand die geschikt wordt gemaakt voor nieuwe inrichting.
Geweld en slavernij
Uiteindelijk wordt hier het Houtmansplantsoen aangelegd. De naam verwijst naar de gebroeders De Houtman, die in de negentiende eeuw werden geëerd als belangrijke figuren uit de vroege Nederlandse overzeese geschiedenis.
Tegenwoordig is bekend dat deze periode ook verbonden is met de vroege koloniale expansie, waarbij geweld en slavernij een rol speelden bij handel en ontdekkingsreizen.
Kaarten laten de lange ontwikkeling van het gebied duidelijk zien. Waar rond 1585 nog geen bebouwing aanwezig is, verschijnen in 1612 de nieuwe structuren.
Achttiende-eeuwse kaarten tonen een volledig ontwikkelde buurt met huizen langs water en vest. In de negentiende eeuw verdwijnt dit alles weer uit beeld.
Geschiedenis van drie eeuwen
Wat overblijft is een groen park, maar onder het maaiveld ligt een geschiedenis van bijna drie eeuwen verborgen. De Gouda Tijdmachine blijkt te werken.























