Column: Een heel eng autootje


Foto:

Column: Een heel eng autootje

  Column

Mijn moeder van 86 jaar moest vorig jaar haar rijbewijs verlengen. Als 75-plusser moet je je geregeld medisch laten keuren en vervolgens nog een CBR-rijtest doen. Dat ging mis in het drukke hart van een studentenstad. Mijn moeder moest haar rijbewijs inleveren. Voor wie zoiets meemaakt is dat een grote schok. Ook voor haar.

“Ze hebben me mijn vrijheid afgepakt,” foetert deze avontuurlijke vrouw die op haar 67-ste heel Marokko nog rondreed. Met kat en caravan. Als haar auto wordt weggehaald door een opkoper, kijkt ze verslagen toe. De dagen erna is ze haast in rouw. Mijn moeder ervaart die lege oprit zonder haar auto als een gat in haar hart. Want wat moet je beginnen als 86-jarige? Zonder auto?
Toch fietst ze de eerste tijd dapper voor boodschappen naar het dorp. Maar de suikerbietenoogst is begonnen. De klei ligt overal. Het is spekglad op straat. Nu is ze echt aan huis gekluisterd en kan geen kant meer op.

De familie beraadt zich. Hoe nu? De oplossing staat op een dag op haar oprit. Een 40-kilometer brommobiel. Prachtig. Net een echte auto. Vinden wij althans. Mijn moeder vindt het een idioot karretje. En die 40-km sticker achterop maakt haar woedend. ‘Wát een afgang!’ roept zij en mompelt nog wat verwensingen richting de CBR-deskundige die haar leven zo grondig vergald heeft. Dan stapt ze in voor een proefrit met mijn broer. Met een corona-mondkapje op legt mijn broer haar alles geduldig uit. “Met de pook zet je hem in zijn vooruit of achteruit. De pedalen zijn je gas en je rem. Maar eerst maak je contact. Omdat het een diesel is... Je mag pas rijden als dit lampje hier, het gloeispiraal, weer uít is.”

“Doodeng!” roept mijn moeder als ze de auto aangloeit en hierna de motor start. Maar het lukt. Ze rijdt. Bij een naderende tractor raakt ze even in paniek. Dan rolt ze verder naar het dorp en de winkel. En terug naar huis. “Het is een eng autootje,” vertelt ze nog na-griezelend, maar ook trots. “Je rijdt weer, Mam,” bast mijn broer die de boodschappen binnenbrengt. “Dat wou je toch?”

“Ja.” Mijn moeder knikt. Haar vrijheid staat hier op het spel. Dat snapt ze natuurlijk zelf ook wel. “Als ik nou elke dag een stukje rijd, dan zal het toch wel wennen?”

We zijn een week verder. Mijn moeder belt vaak: “Ik ga straks dat autootje even proberen. Eng.” Maar ze durft ‘t dan toch weer niet. Zaterdag krijgt ze opnieuw rijles van mijn broer. Net zolang tot zij zelf weer vrolijk wegrijdt.

Net als vroeger.

Armand Kerkmeester

Goudse Post
Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden