Foto:

Vraag en aanbod

column karl flieger

Als tijdelijke stand-in voor mijn geliefde collega Marianka stuitte ik deze week op een voor Gouda bijzonder alarmerend bericht. Evenementenbureau Grand Canyon heeft de deuren moeten sluiten; de grootste speler op het gebied van publieksgerichte stadsmarketing is er niet meer bij. Eigenaar Remco van der Hammen wijt het omvallen niet aan de coronacrisis - wat hem als ondernemer die naar eigen zeggen niet altijd de juiste keuzes heeft gemaakt siert - maar de klap is er niet minder heftig om. Zeker nu wethouder Thierry van Vugt liet weten dat de gemeente grootschalige evenementen als de ijsbaan ziet als een kwestie van vraag en aanbod, moet de stad vrezen voor een vacuüm. Want welke ondernemer durft het in deze bizarre tijden aan om de plek van Van der Hammen in te nemen? Precies. Ik vraag me dus af of de gemeente Gouda bij monde van de heer Van Vugt niet een wat dapperder statement had kunnen maken.

Ik weet dat Nederlandse gemeenten sinds enige jaren graag de rol van regisseur spelen. De burger/ondernemer neemt initiatief, legt plannen voor - uiteraard compleet met financieel-economische verantwoording - en het is vervolgens aan 'het pluche' om er een ja of nee op te plakken. Dat werkte in de oude wereld van twee maanden geleden. Maar vandaag is alles anders. Overal heerst paniek. In mijn stad Delft ligt driekwart van de horeca en retail aan de monitor. Er wordt weliswaar vanuit het gemeentehuis vriendelijk lachend meegedacht, maar echte oplossingen zijn er (nog) niet. Dat kan ook moeilijk anders, want niemand weet hoelang corona nog een rol blijft spelen; de 1,5 meter maatschappij is voor de meeste ondernemers niks minder dan een boze droom, die in de plaats komt van de huidige nachtmerrie.

Nu vanuit de markt geen grootschalige initiatieven mogen worden verwacht, zouden gemeenten wat mij betreft meer het voortouw moeten nemen. Ook Gouda. Het centrum van de stad is prachtig, maar zonder evenementen valt veel van de charme weg. Boodschappen doen, dat kunnen bezoekers vanuit de regio prima in hun eigen stad of dorp. Het gaat erom dat Gouda een 'place to be' blijft. Gastvrij, spannend en divers. Je moet er niet aan denken hoe steden als Gouda en Delft er straks uitzien zonder divers winkel- en horeca-aanbod en zonder aansprekende evenementen, mede doordat gemeenten zich niet geroepen voelen die stok in deze crisis van particulieren en ondernemers over te nemen. Zeg ik daarmee dat de gemeente Gouda 'dus' automatisch voor alle kosten en organisatorische rompslomp moet opdraaien? Natuurlijk niet. Maar stellen dat dit deel van de stadsmarketing simpelweg een kwestie is van vraag en aanbod kan ook niet meer. Het is niemands schuld dat de maatschappij piepend en krakend tot stilstand is gekomen doordat corona onze kant op is komen fladderen. Maar als er straks in 2022 gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden, wordt het zittend stadsbestuur wél afgerekend op hoe het met de situatie is omgegaan.

Snel met alle relevante partijen om tafel, zou ik zeggen. Ook al wordt niets meer zoals het was, de nieuwe werkelijkheid schreeuwt om stoer en innovatief ondernemerschap. Ook vanuit de politiek.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden