Foto links: Joop Dorst (l) in gesprek met rechercheur Leo Zwart en collega Martin Droog (r). Foto rechts: Pieter G.den Broeder, onafscheidelijk met zijn pijp.
Foto links: Joop Dorst (l) in gesprek met rechercheur Leo Zwart en collega Martin Droog (r). Foto rechts: Pieter G.den Broeder, onafscheidelijk met zijn pijp. (Foto: )
Goudse Post 70 jaar

Kiftend naar een klus en dito naar huis

Door Maranka Peters

Gouda - 'Een dag met Joop optrekken is dodelijk vermoeiend', schreef Pieter G. den Broeder ooit in het jubileumboek van fotograaf Joop Dorst, die op zijn beurt de eindredacteur van de Goudse Post verweet, nooit eens enthousiast te zijn over een onderwerp. Kiftend naar een klus en idem dito weer naar huis. Het was typerend voor het tweetal, dat niet met, maar ook niet zonder elkaar kon. Maar samen waren zij een ijzersterk team dat hét gezicht van de Goudse Post zou worden.

Als je in het kader van het 70-jarig jubileum de mensen achter de Goudse Post wilt belichten, kom je niet om Pieter en Joop heen. Beiden hebben het aardse leven al lang geleden op veel te jonge leeftijd verlaten, maar de herinneringen worden door vrienden en collegae tot op de dag van vandaag levend gehouden. We schrijven 1974 toen Van der Drift/ Randstad Edities, het weekblad Van-Huis-tot-Huis overnam van Drukkerij Verzijl en de naam veranderde in Goudse Post. "Vanaf dag één was de Goudse Post een succes," vertelt Bert Cattel, redacteur De Havenloods/Holland Silhouet, die Pieter, toen nog sportverslaggever bij Holland Silhouet, aantrok om de Goudse Post vorm te gaan geven. "Pieter had direct Joop, toen nog actief als fotograaf bij de Goudsche Courant, weten te strikken. Het bleek een gouden greep. Nieuws werd opgewonden gebracht, gecombineerd met spraakmakende foto's. Pieter had het vermogen om van iets kleins iets heel groots te maken. Samen maakten zij spannende kranten, waarover veel gepraat werd."


Lia, de weduwe van Pieter, bevestigt dit. "In het begin was de Goudse Post voor Pieter een bijbaantje, vooral in de avonduren en in het weekend was hij met Joop op pad. Het waren twee mopperkonten, die een vreemdsoortige haat-liefde verhouding hadden. De chemie tussen die twee was voor een buitenstaander moeilijk te begrijpen." In het begin was de redactie van de Goudse Post nog geen full-time job en werkte Pieter vanuit zijn huis aan de Gravin Jacobastraat, waar wekelijks veel mensen over de vloer kwamen, die een 'stukkie' in de krant wilden. Echtgenote Lia hield de rubriek weekenddiensten van dokters- en tandartsen bij. Na een paar jaar verhuisde de Goudse Post naar de Spoorstraat en niet veel later naar de Vredebest. "Iedere zondagavond was het ontzettend druk met mensen, die een stukje in de krant wilden. Het is nog nauwelijks voor te stellen, het digitale tijdperk was nog ver weg, alles werd met de hand uitgetikt en op dinsdag opgemaakt bij de drukkerij in Rijswijk." Ook dochter Marije weet dat als geen ander. "Meegaan naar de opmaak van de krant vond ik het leukste. Alles met de hand. Eerst moesten de foto's en stukjes tekst op maat worden gesneden en daarna door de lijmmachine gehaald en vastgerold."

Fotograaf Joop Dorst bleef de Goudse Post altijd trouw, zelfs toen hij de hoogste persprijs won, de Zilveren Camera (1976), waarna hij ook voor landelijke dagbladen ging werken. Toen had hij inmiddels al wel de Goudsche Courant 'verruild' voor de Rijn en Gouwe, waarna collega Martin Droog in dienst trad bij de Goudsche Courant. "Joop stond graag vooraan, met zijn goeie been voor," lacht Martin. "We waren meer dan collega's, ook privé trokken we veel met elkaar op. We hebben ooit het eerste fotoboekje gemaakt over Gouda. Joop had als enige een afgedankte politiescanner in zijn auto en dat was handig. Zonder dat onze 'bazen' het wisten werkten we heel veel samen. Behalve als de 1 april-grappen er weer aankwamen, dan moest je oppassen om het er niet uit te flappen. Het was ieder jaar weer een wedstrijd wie de meest geloofwaardige 1 april-grap had."

Een windmolenpark in de Reeuwijkse Plassen, een vliegveld in Oosterwei, een ambtenaar zedelijke zaken en een gebouw vol sekswerkers in de Goudse Poort. De 1 april-grappen die Pieter en Joop bedachten waren hilarisch en erg geloofwaardig. Niet zelden werd het Gouds gemeentebestuur daarmee in verlegenheid gebracht. Maar ook het bedrijfsleven en Gouwenaars zelf werden moeiteloos op de hak genomen. Pieter, die onafscheidelijk met zijn pijp, het liefst op de achtergrond aantekeningen maakte op een bierviltje of luciferdoosje en Joop, die juist altijd op de voorgrond trad, hebben de Goudse Post jarenlang 'kleur' gegeven. Pieter overleed in 2005 op 67-jarige leeftijd, Joop was net 62 jaar toen hij in 2009 overleed.

Dankwoord

Voor deze bijdrage in de serie Goudse Post 70 jaar ben ik grote dank verschuldigd aan Lia den Broeder, Bert Cattel en Martin Droog voor hun openhartige gesprekken. Ik mocht zelf 15 jaar deelgenoot zijn van de bijzondere relatie tussen de twee pioniers, die de Goudse Post kleur hebben gegeven. Marianka Peters

Goudse Post
Meer berichten